De terugreis naar Enschede via de blauw-gele spoorvehikels (u merkt al aan mijn woordkeuze dat ik minder positief over de ns ben dan te doen gebruikelijk…) verliep niet zonder problemen. We kregen bij Duivendrecht al de melding dat we er maar rekening mee moesten houden dat de spoorverbinding vanaf Almelo op z’n minst problematisch zou zijn. Let wel: er werd niet gesproken over ‘worden’ maar over ‘zijn’. Een simpele vaststelling dusch.
Problematisch was misschien niet helemaal het goede woord want het was niet zozeer problematisch als wel traag. Wat was nu het geval? Gisteravond was er een blikseminslag geweest ergens tussen Almelo en Hengelo en dat zorgde er voor dat bepaalde wissels en verlichtingen bij overgangen niet of niet goed gebruikt konden worden. Ik had al beelden van de vroegere treinreizen voor ogen toen er een mannetje met een rode vlag voor de treinen uitliep om bij overgangen de argeloze medemens te waarschuwen voor dit wonder der techniek. Zo dramatisch als ik het me voorgesteld had was het niet (mijn fantasie neemt wel vaker een loopje met de werkelijkheid) maar toch reden we niet harder dan 40 km/u over de overgangen. Voor het geval de andere weggebruikers zo’n grote trein niet goed zouden zien…
Ennieweejs, ik was pas om 19.00 uur in Enschede. Nou is het tijdstip niet de reden dat ik schreef ‘pas’, maar de duur van de reis. Al met al ben ik met de trein 3,5 uur onderweg geweest naar Enschede. Ach, on the bright side, heb ik in het rustige Oosten des lands ook eens een stremming van behoorlijke omvang. Normaal gesproken moet je iets dergelijks opzoeken in het Sodom en Gomorra-gedeelte van Nederland.